Na de zware cols van dag 2 staat tijdens etappe 3 de overgang van Frankrijk naar Italië centraal. Vanuit het afgelegen Les Chapieux wandel je eerst door een brede bergvallei richting La Ville des Glaciers, waarna het landschap langzaam steeds ruiger en alpiener wordt.
De klim naar de Col de la Seigne voelt echt totaal anders dan de cols van de vorige dag: opener, grootser en met steeds indrukwekkendere uitzichten richting de Italiaanse zijde van het Mont Blanc-massief. Eenmaal over de grens verandert niet het uitzicht, maar ook direct de sfeer van de route. Steile rotswanden, gletsjers en brede valleien domineren het landschap terwijl je afdaalt richting Val Veny en uiteindelijk aankomt bij Rifugio Elisabetta, een van de mooiste gelegen refuges van de hele Tour du Mont Blanc.
Over de TMB
De Tour du Mont Blanc (TMB) is een van de bekendste meerdaagse wandeltochten van Europa. De route loopt door Frankrijk, Italië en Zwitserland rond het Mont Blanc-massief. In deze serie lopen we de TMB in 11 dagen. In het hoofdartikel over de Tour du Mont Blanc lees je meer over deze prachtige wandeling.
Etappe 3 van Les Chapieux – Rifugio Elisabetta (TMB)
Etappe 3 begint relatief rustig vanuit Les Chapieux. In tegenstelling tot de zware klimdirect na vertrek op dag 2 wandel je eerst langere tijd geleidelijk omhoog door een brede bergvallei. Dit eerste gedeelte richting La Ville des Glaciers wordt door sommige wandelaars gezien als minder spectaculair, maar vormt tegelijk een prettig herstelmoment na de pittige vorige etappe. Onderweg passeer je een oorlogsmonument dat herinnert aan gevechten uit de Tweede Wereldoorlog, waarna de route langs de Barrage de la Sélonge en verschillende bergbeekjes verder de vallei in trekt.
Na ongeveer anderhalf uur bereik je La Ville des Glaciers. Ondanks de naam liggen hier tegenwoordig geen directe gletsjers meer naast het dorpje. Wel staat deze plek bekend om de traditionele Beaufort-kaasproductie. In de zomer kun je hier vaak nog zien hoe de kaas wordt gemaakt in grote koperen ketels. Je kan hier vaak nog wat lekkere dingen, zoals lokale kaas of snacks kopen voor de klim richting Italië.
Vanaf La Ville des Glaciers verandert de sfeer van de etappe langzaam. De route wordt alpiener, de valleien smaller en de bergen om je heen indrukwekkender. Via Refuge des Mottets begint uiteindelijk de echte klim richting de Col de la Seigne, de grenspas tussen Frankrijk en Italië. Dit gedeelte bestaat uit langere zigzags, bergbeekjes en brede uitzichten over de omliggende bergwereld.

Col de la Seigne (2.516 meter)
De Col de la Seigne vormt letterlijk de overgang tussen Frankrijk en Italië. Op de pas zelf staat geen echte grenspost, maar wel een grote steenhoop en een eenvoudige grensmarkering. Vanaf hier verandert het landschap direct merkbaar. Aan Italiaanse kant ogen de bergen steiler, ruiger en dramatischer, met enorme rotswanden en gletsjers die diep de valleien in lijken te storten.
Bij helder weer krijg je hier voor het eerst echt zicht op de indrukwekkende Italiaanse zijde van het Mont Blanc-massief. Sommige rotswanden dalen meer dan 3000 meter af richting Val Veny, wat compleet anders aanvoelt dan de groenere Franse kant van de route.

Na de pas daalt het pad Italië binnen langs La Casermetta, een klein gebouw dat soms gebruikt wordt als informatiepunt of schuilplaats bij slecht weer. Verderop passeer je Les Pyramides Calcaires, opvallende kalksteenformaties die sterk contrasteren met het graniet waar het Mont Blanc-massief grotendeels uit bestaat.
Tijdens de afdaling richting Val Veny wandel je door open alpenlandschappen met beekjes, grasvlaktes en oude alpages. Op sommige plekken liggen grote stapels stenen die opvallend veel lijken op dinosauruseieren. Deze hopen zijn echter simpelweg ontstaan doordat boeren eeuwenlang stenen van de graslanden verwijderden om meer ruimte voor begrazing te creëren.

Vlak voor het einde van de etappe passeer je Lex Blanche, een klein gebied met oude ruïnes in een vallei waar vroeger een gletsjer doorheen liep. Vanaf hier is het nog een relatief kort stuk naar Rifugio Elisabetta Soldini, spectaculair gelegen midden in Val Veny met uitzicht op gletsjers, scherpe bergpieken en het ruige hooggebergte van de Italiaanse Alpen.
Belangrijkste routepunten TMB dag 3
Belangrijke punten onderweg van Les Chapieux naar Rifugio Elisabetta.
- Les Chapieux 45.69748164566463, 6.734222494848772
- Vallée des Glaciers 45.718346161730416, 6.7603190523425285
- Refuge des Mottets 45.737992570278756, 6.779219799607489
- La Casermetta al Col de la Seigne 45.75332262239843, 6.81598598020575
- Rifugio Elisabetta Soldini Montanaro 45.76824924580337, 6.8383471491698655
Tip: Pauzeer vooral even bij Refuge des Mottets en eet daar crêpes. Volgens sommige mensen ‘de beste crêpes van de Alpen’
Etappe inkorten, shortcuts en alternatieven
Etappe 3 kent eigenlijk geen echte varianten zoals op dag 1 en dag 2, maar wel een populaire shortcut aan het begin van de route. Tussen Les Chapieux, La Ville des Glaciers en soms zelfs de parkeerplaats van Refuge des Mottets rijden in het hoogseizoen namelijk shuttlebusjes (navettes). Deze rijden meestal vanaf half juni tot half september en kosten ongeveer €5 per persoon.
Met deze shuttle kun je het eerste deel van de etappe overslaan. Vooral het stuk tussen Les Chapieux en La Ville des Glaciers wordt door sommige hikers op de TMB gezien als een relatief eenvoudige ‘saaie’ valleiwandeling zonder veel technisch terrein. Door de shuttle te nemen bespaar je ongeveer 6 kilometer en grofweg 1,5 uur wandelen. Rijd je door tot de parkeerplaats bij Refuge des Mottets, dan wordt de tijdswinst nog iets groter.
Voor een TMB in 11 dagen is dit vooral interessant wanneer:
- de benen nog zwaar aanvoelen van dag 2
- slecht weer voorspeld wordt rond de Col de la Seigne
- je later op de ochtend vertrekt
- je energie wilt sparen voor de langere Italiaanse etappes
Vanaf Refuge des Mottets begint alsnog de echte klim richting de Col de la Seigne, waardoor je nog steeds het mooiste en meest alpiene gedeelte van de etappe gewoon nog meepakt.
Belangrijk om te weten: dit is geen alternatieve route, maar puur een transportshortcut over het eerste valleigedeelte. De rest van de etappe richting Italië blijft hetzelfde.
Tips van mij en andere wandelaars
- Overweeg om de shuttlebus te nemen: Tussen Les Chapieux, La Ville des Glaciers en soms Les Mottets rijden in het hoogseizoen shuttlebusjes. Hiermee bespaar je ongeveer 1,5 uur wandelen zonder veel spectaculaire stukken te missen.
- Koop shuttlekaartjes de avond ervoor: Vooral de eerste bussen van de ochtend kunnen druk zijn. Tickets koop je bij de automaat naast het kleine toeristenhokje in Les Chapieux.
- Het eerste stuk is deels asfalt: Wandel je zonder shuttle, dan loop je langere tijd langs of vlak naast de weg door de vallei. Bij warm weer kan dit verrassend zwaar aanvoelen.
- Start vroeg bij zonnig weer: Grote delen van deze etappe liggen volledig open zonder schaduw. Vooral de klim richting Col de la Seigne kan warm worden.
- Neem voldoende water mee: Buiten Refuge des Mottets zijn er relatief weinig officiële waterpunten. Veel wandelaars vullen water bij uit bergbeekjes.
- Refuge des Mottets is een ideale pauzeplek: Dit is de laatste grote refuge voor de grens met Italië en een populaire plek voor koffie, lunch of een korte ruststop. Eet hier vooral de crêpes!
- De klim lijkt eindeloos door valse toppen: Richting Col de la Seigne krijg je meerdere keren het gevoel dat je bijna boven bent, terwijl de echte pas nog verder ligt.

- De klim is minder technisch dan dag 2: In vergelijking met Col du Bonhomme en Col de la Croix du Bonhomme zijn de paden richting Col de la Seigne meestal vriendelijker en beter beloopbaar.
- Laat je niet misleiden door de relatief korte afstand: Je benen voelen dag 2 vaak nog behoorlijk, waardoor de klim richting de grenspas alsnog zwaar kan aanvoelen.
- Zelfs in juli kan hier nog sneeuw liggen: Rond Col de la Seigne blijven vaak sneeuwvelden zichtbaar, vooral vroeg in het seizoen. Het pad zelf is in de zomer meestal goed begaanbaar.
- Marmotten worden hier veel gezien: Vooral tijdens de afdaling richting Italië hoor en zie je regelmatig marmotten tussen de rotsvelden.
- Neem even tijd op Col de la Seigne: Dit is een van de mooiste grensovergangen van de hele TMB, met enorme uitzichten richting de Italiaanse zijde van het Mont Blanc-massief.
- Zoek de grensstenen: Rond de col liggen kleine stenen markeringen met een “F” en “I”, als verwijzing naar Frankrijk en Italië.
- La Casermetta is meer dan een schuilhut: Dit oude grensgebouw bevat informatie over flora, fauna en de geschiedenis van het gebied. Bij slecht weer kun je hier ook schuilen.
- De Italiaanse zijde voelt compleet anders: Meerdere wandelaars beschrijven direct meer bloemen, sterkere geuren van alpenweides en een ruiger landschap zodra je Italië binnenloopt.
- De afdaling naar Italië is relatief ontspannen: Het pad richting Rifugio Elisabetta is technisch minder zwaar dan veel afdalingen aan Franse zijde.
- Rifugio Elisabetta blijft lang verborgen: Op de kaart lijkt het dichtbij, maar de refuge verschijnt pas laat in beeld achter de heuvels van Val Veny.
- De ligging van Rifugio Elisabetta is spectaculair: Vrijwel iedere wandelblog noemt dit een van de mooiste refuges van de hele Tour du Mont Blanc, met uitzicht op gletsjers en steile bergwanden.
- Boek Rifugio Elisabetta ruim van tevoren: Het is een van de populairste accommodaties van de route en zit snel vol in het hoogseizoen.
- Neem oordoppen mee: Heb je geen privékamer? De slaapzalen van Rifugio Elisabetta staan bekend als druk en rumoerig, vooral tijdens piekmaanden.

